De drie dimensies van coaching
Hans Peter King, juni 2007
Wanneer mensen bij ons komen met levens- en/of loopbaanvragen en we besluiten ermee aan de slag te gaan, dan starten we een proces met een vorm en een inhoud. De vorm betreft bijvoorbeeld de fasering in een begin, een midden en een eind. Daarin bij kijken we bij aanvang naar oorzaken, context, fasering, motivatie, doelstelling e.d., in het midden zijn we bezig met onderzoeken, oefenen, bewustwording, leren, veranderen, netwerken, oriënteren, e.d. en aan het eind gaan we oogsten, toepassen, evalueren, conclusies trekken, beslissingen nemen, rapporteren, e.d. Deze fasen zijn vrij universeel en in de meeste vormen van begeleiding terug te vinden. De inhoud wordt bepaald door hoe we die fasen invulling geven en kan zowel persoonlijk als methodisch heel verschillend zijn. De ontwikkeling van het vak vraagt in deze tijd echter meer om een verdieping en een verruiming, dan om weer nieuwe methodes en technieken. Deze kwalitatieve ontwikkeling kan op gang komen vanuit een ruimere, multidimensionale visie op de mogelijkheden binnen de professionele ontmoeting tussen twee mensen. De hieronder beschreven ‘dimensies’ zijn bedoeld als illustratie van die potentie.
De 1e dimensie: het persoonsgerichte, uni-laterale contract.
Veel
van wat er in ons vakgebied wordt aangeboden, betreft variaties binnen een vrij
traditioneel format, waarvan de bovengenoemde fasering één van de kenmerken is.
Daarbinnen werkt bijvoorbeeld de één met psychologische vragenlijsten, de ander
met NLP technieken of het Enneagram. De één heeft het accent meer liggen op
bewustwording, de ander is meer pragmatisch gericht op actie in de markt. We
kunnen deze format van hulpverlenen de eerste dimensie noemen. Het
kenmerkende eraan is het lineaire karakter, zowel in de relatie als in het
proces. De lijn van de hulp of van de dienst loopt in één richting, van de
helper naar de geholpene, van de leverancier naar de klant. De gecoachte
ontvangt een behandeling, wordt onderzocht, bewust gemaakt of
gestimuleerd. Het contract is uni-lateraal. Dit éénrichtingsverkeer is
hier formeel bedoeld t.a.v. de rolverdeling en de methode; in de levende
praktijk van het contact komt er natuurlijk ook iets terug van de klant.
Behalve in de relatie
is het ééndimensionale ook terug te vinden in het proces. De bovengenoemde
fasering is gebaseerd op een lineair
causale visie en aanpak. We
onderzoeken de herkomst van de vraag van de klant en we werken van klacht naar
oplossing, van beperking naar bevrijding. De begeleider zet in deze eerste
dimensie zijn kennis en kunde in om de klant van a naar b te helpen. De relatie
is daarmee a-symetrisch.
Deze
aanpak kunnen we ook persoonsgericht of intra-psychisch noemen. De
inhoud betreft de psyche en het leven van de klant en de vorm is een
dienstverlening in ruil voor betaling. We gaan iets doen met de klant in relatie
tot zichzelf of zijn of haar leven en werk. De relatie die we binnen deze aanpak
met de klant hebben is op zich niet relevant, maar staat in dienst van het persoonlijke
proces van de klant. De relatie is hier voorwaarde voor een goede samenwerking.
Er is nog heel veel te ontdekken en te ontwikkelen op dit niveau, denk maar aan de verschillende visies op verandering, ontwikkeling, adaptatie en acceptatie. Of aan de verschillende visies op ´zelfrealisatie´. In de praktijk leveren die verschillende visies vaak heel verschillende processen en resultaten op. Maar uiteindelijk zijn we binnen deze dimensie niet wezenlijk verschillend van de bakker die zijn brood verkoopt aan klanten.
De 2e dimensie: het transactionele, bi-laterale contract.
Dankzij de
psycho-analyse en het systeem-theoretisch denken is in de psychologie en de
veranderkunde de relatietussen mensen veel meer op de voorgrond
gekomen als oorzaak en als oplossing van individuele problemen. Steeds meer
hulpverleners raken vertrouwd met begrippen als overdracht en tegenoverdracht en
gebruiken hun relatie met hun klant als middel naast hun technische methodiek.
Het blijkt dat veel van wat er in een begeleidingstraject gebeurt niet tot stand
komt door de activiteiten binnen de eerste dimensie, maar voortkomt uit minder
expliciete en onbewuste processen van projectie, introjectie, imitatie,
weerstand en emotioneel contact. We zouden dit aspect van de hulp de tweede
dimensie kunnen noemen. Hier is niet meer het éénrichtingsverkeer van de
hulpverlening aan de orde, maar het tweerichtingsverkeer binnen een relatie
tussen twee mensen. Wie op dit niveau opgeleid is kan veel wat er in de levende,
zich ontwikkelende relatie met de klant gebeurt inzetten voor de doelstelling
van de begeleiding. Een voorbeeld hiervan kan zijn het spiegelen van het gedrag
van je klant aan de hand van je eigen beleving. Als jij al geirriteerd raakt van
zijn manier van doen, dan zal hij dat effect ook zeker hebben in b.v.
sollicitatiegesprekken. Je slikt op dit niveau niet weg wat je beleeft aan de
klant in dienst van het proces in de eerste dimensie, maar je zoekt naar de
relevantie van de actuele ‘hier en nu’ relatie voor het doel van de begeleiding.
Je acties binnen deze dimensie van de begeleiding zijn transactionele
interventies. Interventies in de relatie. Je maakt bijvoorbeeld
bewust gebruik van wat de klant op je projecteert. (bijv. je bent in zijn ogen
net zijn moeder.) Je accepteert dan de overdracht van een relatiewijze die voor
de klant mogelijk voorwaarde is voor verdere ontwikkeling, in plaats van dat je
deze als bijvoorbeeld onvolwassen of afhankelijk corrigeert of negeert. Of je
zet je eigen emoties bewust in om de klant iets te laten voelen i.p.v.
alleen maar cognitief te laten verwerken. Je spiegeling van de klant is hier
niet slechts professioneel, maar ook persoonlijk. In deze dimensie is er
tweerichtingsverkeer, een bi-laterale relatie, die nu veel meer symetrisch is.
De relatie is onderdeel geworden van het leerproces.
Een
belangrijk instrument op dit niveau is bijvoorbeeld de z.g.
object-gerelateerde vraag. Dit zijn vragen naar wat de klant aan jou
beleeft en een uitnodiging om ‘persoonlijk te worden’ naar jou. Dit kan een
verborgen dynamiek in het gedrag van de klant aan het licht brengen, die
relevant kan zijn voor de doelstelling. De gedachte achter deze visie op
begeleiding is dat de beperking of het probleem bij de klant ooit als reactie
in een relatie is ontstaan en daarmee ook het beste in een relatie
kan worden gecorrigeerd.
Om
op dit niveau goed te kunnen coachen, zijn er een aantal voorwaarden te
noemen:
-
Ik-sterkte
Wanneer je bij een klant de persoonlijke interactie gaat inzetten, dan is dat alleen maar verantwoord en effectief, wanneer jij en de klant dat aankunnen. Jij blijft verantwoordelijk voor het proces en voor de beoordeling van het bevattingsvermogen van jullie beiden. Intelligentie is hier ook beslist niet het enige criterium. Wel de mate van flexibiliteit, feedback-vaardigheid, zelfvertrouwen en ik-sterkte. Zeker wanneer er confronterende zaken over en weer beleefd worden, hangt het sterk af van jouw basale zelfvertrouwen en dat van de klant of je die sterke beelden en gevoelens kunt gaan inzetten in het proces. Er moet op dit niveau voorkomen worden dat de klant dichtklapt of onoverkomelijk in verwarring komt. En als je het doet, moet ook de klant snappen wat je doet. -
Kennis en
kunde
Je moet ook beschikken over inzicht in psychodynamische ontwikkeling, projectie-processen, overdracht en tegenoverdracht en in de fasering van psychologische processen. Je moet ervaring hebben met hoe in een contact zich een z.g. parallelproces voltrekt, waarin het aan de orde zijnde probleem zich herhaalt in de ‘hier en nu’ relatie met jou als begeleider. Je moet in staat zijn om het herhaalde patroon ook weer te projecteren in het proces van de klant buiten de coaching. Dan kan de klant datgene wat in de begeleidingsrelatie is gebeurd en bewust geworden, buiten in leven en werk gaan toepassen. De specifieke deskundigheid rond overdracht, tegenoverdracht en parallelprocessen is helaas nog maar sporadisch te vinden in opleiding op het gebied van coaching en loopbaanbegeleiding. -
Integriteit
De belangrijkste voorwaarde voor transactionele interventies is de bewustwording en de doorwerking van je eigen schaduw. Dit houdt in dat je pas de gevoelens en de oordelen die zich tussen jou en de klant voordoen goed kunt managen, als je je eigen identificaties daarin hebt leren kennen en relativeren. Idealiter zijn al jouw oordelen en gevoelens naar de klant bespreekbaar en subjectief en ben je nergens meer persoonlijk zo aan gehecht dat je je professionele meta-reflectie verliest en ‘bevangen’ raakt in je eigen gevoelens. Want wanneer de klant met zijn projecties en overdracht iets bij je raakt, waar je je niet bewust van bent en waar je angst of weerzin tegen hebt, dan raak je ter plekke bevangen in een eigen innerlijk conflict en ben je niet meer beschikbaar voor de klant. Het doorwerken van de eigen schaduw is een bevrijding van de onbewuste angsten, schuld- en schaamtegevoelens, illusies en veilige overtuigingen, die je professionele ruimte beperken. Het maakt je integer, hier niet alleen bedoeld in de morele zin, maar als geïntegreerdheid, heelheid van je persoonlijkheid. Elke begeleider die op het transactionele niveau wil leren werken, doet er goed aan om naast specifieke training hierin ook persoonlijke leertherapie of –supervisie te volgen.
De 3e dimensie: Het transpersoonlijke, spirituele contract
In de derde,
transpersoonlijke dimensie staat niet meer centraal wat je relatie met
jezelf en je leven of werk is, of wat je in relatie tot anderen doet of beleeft,
maar wat je met visie, zingeving en moraliteit doet. Ook hier is het natuurlijk
mogelijk om daar ‘uni-lateraal’ vragen over te gaan stellen aan de klant.
Daarmee blijf je echter in de oorspronkelijke rolverdeling als begeleider en klant. Je zult die eerste dimensie moeten loslaten om in de tweede of derde te kunnen komen.
Deze
transpersoonlijke dimensie is niet op
te roepen of af te dwingen en zeker
niet in elke sessie of fase van het proces. Het overkomt de klant en jou,
als twee ter plekke lerende en ontdekkende individuen. Het is vergelijkbaar met
“wanneer er twee in mijn naam aanwezig zijn, daar ben ik”. Wanneer het gebeurt, da voel je onmiddelijk
dat het niet meer iets persoonlijks betreft, maar iets dat universeel of zelfs
spiritueel is.
In
de Jungiaanse psychologie spreekt men van het
transpersoonlijk veld,
waarin je met je klant terecht kunt komen en je samen geïnspireerd kan raken door een visie, een
inzicht of een perspectief, dat zich ter plekke aan jullie ‘openbaart’. Het zijn
momenten waarop je allebei de haren in je nek voelt, alsof je wordt opgetild in
een lichtere en ruimere wereld van betekenis en perspectief. Het is letterlijk
‘inspiratie’: je krijgt iets in-geademd en je voelt je groter, sterker dan je
binnen de grenzen van je persoonlijke of relationele leven ooit zou kunnen
voelen en je weet je even deel van een groter geheel.
Het leereffect bij je klant in begeleiding
is veel groter wanneer die inspiraties tussen jullie ter plekke ontstaan, dan wanneer jij je bekende wijsheden
doceert.
In de derde dimensie van begeleiding staat niet het traditionele hulpverleningscontract, noch het wederkerige relatiecontract centraal, maar het contract met de wereld van de ideeën, de waarden en de toekomst. (Dat we het moeten hebben over een contract en niet slechts over contact, is om van de passieve beleving te komen tot een actief commitment. Dit geldt in alle drie de dimensies.)
Velen zullen de 3e dimensie
herkennen als een spirituele wereld, waarin niveau’s van zingeving en betekenis
te vinden zijn die ons één- en twee-dimensionale bewustzijn veelal te boven
gaan. Behalve dat we op dit niveau zingeving kunnen vinden, kunnen we er ook zin maken. Want niet alle betekenissen zijn reeds
voorhanden. Net als internet kun je er niet alleen down-, maar ook
uploaden.
De hierboven besproken dimensies lopen
parallel aan de drie grote ontwikkelingsfasen in een mensenleven: de eerste 25
jaar staat het ‘Ik’ centraal en leren we receptief, de tweede 25 jaar het ‘Wij’
centraal en leren we interactief, de derde 25 jaar staat het ‘Het’ centraal en
leren we inspiratief. Deze drie ‘leerstijlen’ zijn gelijkwaardig, als legitieme
fasen voor elk individueel niveau van ontwikkeling. Ons werk moet maatwerk zijn
en daarom is het zowel van belang om elke klant in deze dimensies te kunnen
plaatsen, alsook om ons eigen niveau van werken te kennen en te accepteren.
Ontwikkeling van denken, voelen en willen
De cognitieve, de emotionele en de spirituele overdracht binnen een begeleiding of coaching maken een ontwikkeling mogelijk in de drie ‘faculteiten’ van onze ziel: denken, voelen en willen. Een begeleidingstraject heeft idealiter in alle drie faculteiten een effect. Het is een natuurlijk proces, van de eerste naar de derde dimensie, van bewustzijn naar gedrag en van het verleden naar de toekomst, maar niet altijd persé in die volgorde. Wanneer je de tijd hebt om langere tijd met een klant te kunnen werken en je kunt op die drie niveau’s werken, dan kan het voorkomen dat je deze drie dimensies samen achtereenvolgend doorloopt. Het komt echter vaker voor dat we genoegen moeten nemen met delen van dit totale proces. Daar is niets mis mee, want alles is meegenomen. Tijd, geld en ontwikkelingsniveau aan zijn reële beperkingen.